De basis

Faillissement, surseance en schuldsanering: de verschillen

De drie insolventievormen in het register naast elkaar: voor wie ze gelden, wat ze doen en hoe ze aflopen.

In het Centraal Insolventieregister staan drie soorten zaken. Ze lijken op elkaar, maar hebben een ander doel en gelden voor andere mensen. Je herkent ze aan de eerste letter van het insolventienummer: F voor faillissement, S voor surseance van betaling en R voor schuldsanering.

Faillissement

Een faillissement geldt voor bedrijven en voor particulieren. Het is gericht op afwikkelen. Een curator verkoopt de bezittingen en verdeelt de opbrengst onder de schuldeisers. De schuldenaar verliest de zeggenschap over zijn vermogen. Bij een bedrijf betekent dit meestal het einde van de onderneming. Een uitgebreidere uitleg staat in wat is een faillissement.

Surseance van betaling

Surseance van betaling is bedoeld voor ondernemingen, niet voor particulieren. Het is geen afwikkeling maar uitstel. Een bedrijf dat tijdelijk in de problemen zit, krijgt lucht om orde op zaken te stellen of een akkoord met de schuldeisers te bereiken. De rechtbank benoemt een bewindvoerder, die samen met het bestuur beslist.

Het uitstel werkt alleen tegen de gewone, concurrente schuldeisers. Schuldeisers met voorrang, zoals de Belastingdienst, en houders van een pand- of hypotheekrecht kunnen hun rechten gewoon uitoefenen. In de praktijk lukt het herstel lang niet altijd. Een surseance loopt daardoor vaak alsnog uit op een faillissement.

Schuldsanering

De schuldsanering is er voor natuurlijke personen, op grond van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp). Anders dan een faillissement biedt ze een uitweg. De regeling duurt meestal drie jaar. In die periode leeft de schuldenaar van een beperkt bedrag en draagt hij de rest af aan de boedel, onder toezicht van een bewindvoerder.

Houdt de schuldenaar zich aan de verplichtingen, dan eindigt de schuldsanering met een schone lei. De restschulden zijn dan niet meer afdwingbaar. Voordat de rechter de schuldsanering toewijst, moet meestal eerst een minnelijke regeling met de schuldeisers zijn geprobeerd, vaak via de gemeente.

Welke vorm past bij welke situatie

Kort samengevat: een faillissement wikkelt af en kan iedereen treffen. Een surseance geeft een bedrijf tijdelijk uitstel om te herstellen. Een schuldsanering geeft een particulier een weg naar een schone lei. Voor jou als schuldeiser maakt de vorm uit. Bij een surseance kan er nog een akkoord komen, terwijl bij een faillissement de verdeling van de boedel voorop staat. Wat je in beide gevallen kunt doen, lees je in je klant of debiteur is failliet.

Deze uitleg is algemeen en informatief. Het is geen juridisch advies. Heb je advies nodig over een concrete situatie, dan kun je terecht bij nl.legal, de juridische dienstverlener achter deze site.

Lees ook

‹ Terug naar de kennisbank Laatst bijgewerkt op 19 juni 2026